Reincarnatie.nl logo

Activiteiten deze maand

Aankomende activiteiten

Meer activiteiten

Artikelen

Regelmatig worden er nieuwe artikelen geplaatst op reïncarnatie.nl.

Meer artikelen zijn te vinden in het archief.

U bevindt zich hier: Home > Artikelen > De poort naar het nieuwe leven

De poort naar het nieuwe leven

Geplaatst op: 27-05-2009

 

De overdracht of verbinding tussen twee levens, hoe werkt dat nou eigenlijk? Hoe komt dat wat in het (onder)bewustzijn aanwezig is van alle levens die voorbij zijn, weer terecht in het bewustzijn van het nieuwe, daarop volgende leven? Ergens moet dit doorgegeven worden, weer erkend, herkend en gekend worden en er moet verder mee gewerkt worden anders heb je er niets aan. Dan zou continuïteit van leven wezenlijk geen enkel nut hebben. Dan heb je niets aan de reeds opgedane kennis, de reeds opgedane ervaringen, de reeds verworven kwaliteiten en vaardigheden. Er zou bovendien niets meer hersteld kunnen worden wat door bewust of onbewust handelen is beschadigd of gekwetst bij jezelf of bij de ander. En dan zou deze “natuurkundige wetmatigheid” zoals ik die in het vorige hoofdstuk heb beschreven, eigenlijk geen enkel doel dienen en dat lijkt me niet erg logisch.

Wat zichtbaar is en ook bevestigt dat kinderen reeds geestelijke en emotionele bagage én een bepaalde mate van kennis hebben, is dat kinderen al bij hun geboorte een uitgesproken eigenheid hebben. Het ene kind is rustig, slaapt goed, eet goed, heeft soms weinig behoefte aan aandacht om zich lekker te voelen. En een ander kind in hetzelfde gezin huilt veel, slaapt slecht en heeft een onvervulbare behoefte aan aandacht. Zelfs tijdens de zwangerschap kunnen de verschillen in kinderen voor moeders en vaders duidelijk voelbaar en merkbaar zijn. Is daarmee aangetoond dat continuïteit van leven een feit is? Nee, uiteraard niet, maar het verwijst daar wel naar, het zou nog steeds goed kunnen. Het zou ook de verklaring kunnen zijn waarom kinderen al angsten hebben voor zaken die zij in feite in dit leven nog niet kunnen hebben. Dat jonge kinderen vreselijke nachtmerries kunnen hebben waarin zij diepe angsten meemaken, in paniek wakker kunnen worden. Maar ook waardoor kinderen bepaalde kennis hebben en zaken weten of dingen kunnen die niet te herleiden zijn in het prille leven van nu. De zogenaamde aanleg, gaven, kwaliteiten die er dan schijnbaar zomaar zouden zijn zonder dat deze aanwijsbaar erfelijk en/of genetisch verklaarbaar zijn. En dan de grote verschillen die tussen kinderen kunnen bestaan binnen één gezin.

Ik ga er vanuit dat alles wat enige indruk heeft gemaakt in en tijdens ons leven ergens opgeslagen ligt in het binnen handbereik zijnde bewustzijn. Naar mate de tijd verstrekt en we er geen aandacht meer aan besteden zullen deze indrukken meer en meer wegzakken en in het onderbewustzijn terechtkomen. Je zou het onderbewustzijn kunnen zien als een diepere laag van het bewustzijnsspeelveld uit het voorgaande hoofdstuk. Wat geen aandacht krijgt verdwijnt dan niet, maar komt gewoon onder de grond te liggen, dieper verscholen in jezelf, dieper verscholen in de tijd. Dit proces kan heel langzaam gaan maar kan ook heel erg snel gebeuren als we bijvoorbeeld niet kunnen of niet wensen te dealen met iets wat ons erg raakt. Dan kunnen we dat zelfs bewust weg stoppen, ontkennen, blokkeren en in een bepaalde mate kunstmatig onderbewust maken. Een kwestie van onze aandacht daar bewust van weg houden. Als dat gegeven, die ervaring of dat gevoel eenmaal in ons onderbewuste terecht is gekomen, kunnen we er niet altijd zomaar weer bij komen. De tijd laat het dan meer en meer in de diepte wegzakken. Wel kan door middel van bijvoorbeeld regressie en reïncarnatie therapie, via geleide meditatie of visualisaties, één en ander weer naar boven gehaald worden. Deze technieken kunnen vergeten beelden en herinneringen terug laten komen in ons (dag)bewustzijn, soms zelfs inclusief de bijbehorende nog levendige emotionele lading. Maar soms gaat het ook “gewoon” als vanzelf. Dan kan een geur, een klank, een lichtinval, een situatie, een gebeurtenis, hele oude gevoelens triggeren. Hele oude beelden terughalen, déjà vu–achtige zaken veroorzaken. Soms zo vaag en dun maar toch onmiskenbaar voelbaar, ervaarbaar. Wat gevoelsresultaat betreft kan dat zelfs behoorlijk heftig en verwarrend zijn. Het bewustzijn en onderbewustzijn hebben in het leven en beleven een voortdurende en ragfijne afstemming. Wat vandaag wordt aangeraakt binnen het bereik van ons dagbewustzijn maakt altijd binding met gelijksoortige zaken die dieper in ons bewustzijn of onderbewustzijn liggen opgeslagen. Zo kan bijvoorbeeld het overlijden van een vriend alle overlijdenservaringen die we in dit leven hebben meegemaakt weer actueel maken. Zelfs het meemaken van een begrafenisritueel van een voor ons totaal onbekend familielid van een goede vriend kan dit triggeren en ons tot diep verdriet brengen. We hebben dan niet zozeer verdriet om degene die voor in de kerk in de kist ligt, maar om ons eigen verlies van vrienden, soms van erg lang geleden. Zo kunnen gebeurtenissen, herinneringen inclusief de emotionele ladingen van gisteren of van tientallen jaren geleden aangeraakt worden. En deze aanraking kan zelfs weer herinneringen, inclusief de nog onverwerkte emotionele ladingen, van voorgaande levens aanraken én in het dagbewustzijn brengen. Het is een trapsgewijze verdieping in onszelf waarin de emotionele aanraking de glijbaan naar de diepte is. Diepte wat betreft bewustzijn en tijd en in je eigen gevoelslagen.

Dit proces verklaart waarom ieder mens zo een unieke en eigen beleving heeft. Eén bepaalde gebeurtenis heeft voor ieder mens die er door geraakt wordt dan ook een volkomen unieke beleving in zijn of haar eigen emotie en gevoelssysteem. Dit trapsgewijze proces is ook de reden dat een oppervlakkig en absoluut niet zware of pijnlijke gebeurtenis iets in je onderbewustzijn kan aanraken waardoor er toch onverwacht veel verdriet, boosheid, geluk, warmte of welke emotie dan ook kan vrijkomen in jezelf. Als dat gebeurt is men daar ook vaak enorm verwonderd over. Je zou kunnen stellen dat als die emotionele lading niet in verhouding staat tot het gebeuren, je dus te maken hebt met oude zaken in jezelf die blijkbaar nog een emotionele lading dragen. Dan is er sprake van een onevenredige emotionele respons waar ik ook in hoofdstuk één over geschreven heb.

Dat onderbewuste is als het ware een voedingsbodem waar alles, vanuit het heden, op en in terechtkomt. Ligt er niets in die voedingsbodem wat kan aanhaken aan wat er vanuit het heden op terechtkomt, dan zal er geen aanraking zijn en wat er plaatsvindt zal dan slechts als een gegeven geregistreerd worden. Er komt dan geen emotionele reactie, geen herkenning, geen triggering van aandacht of interesse. Ligt er in die voedingsbodem iets wat wel kan aanhaken, dan zal dat wat er vanuit het heden op terechtkomt hetgeen er al lag aanraken en in het bewustzijn doen doorstromen. Dan is er herkenning, emotie, aandacht wordt getrokken, het heden dat het verleden omstrengelt. Dan kan een gebeurtenis in het heden die logischerwijs één kilo emoties zou kunnen veroorzaken, door de aanhaking in het onderbewuste wel tien kilo emoties teweeg brengen. Daarvan is dan negen kilo “oud spul”. Onverwerkte emoties uit tijden waarin die emoties er niet konden of mochten zijn. 

Maar doordat die oude emoties omhoog komen, kunnen er tegelijkertijd ook inzichten en kwaliteiten vanuit het verleden mee omhoog komen. Inzichten en/of kwaliteiten die door juist die emoties waren ingepakt of weggedrukt. Ik ga er vanuit dat er alleen iets in ons geraakt kan worden als er al iets was op dat vlak. Het geraakt worden is in wezen niets anders dan de herkenning van reeds aanwezige emoties en gevoelens of reeds aanwezige kennis en ervaringen. Je zou dan ook kunnen stellen dat elke emotie méér dan verwondering of neutrale herkenning, een aanwijzing is naar emotionele nog onverwerkte ladingen uit je eigen verleden, opgeslagen in je eigen persoonlijke voedingsbodem waarop het heden landt. Dat werkt ook zo met onverklaarbare (heftige) interesses en belangstelling. Voorkeuren en afkeuren tijdens eerste ontmoetingen van mensen of plaatsen. Ontroering over plekken, de weg kennen op plaatsen waar je nog nooit eerder was, je verbonden voelen met gebeurtenissen en zaken uit het verleden. Maar ook bij herkenning op het vlak van kennis en weten van hoe iets in elkaar zit, hoe iets werkt. De herkenning daarvan, de geraaktheid of ontroering daarin. Herkenning is dan ook een verbinding maken met iets in jezelf dat het al wist….

Dat kun je allemaal nog wel anders verklaren als het iemand betreft van 40 of 60 jaar, maar hoe zit het met erg jonge kinderen, kleuters die dingen zeggen en weten en zien die volgens de bestaande opvattingen nog niet geweten of gezien kunnen worden door jonge kinderen?

Blijkbaar verwerken wij op deze wijze uiteindelijk wat in het verleden nog niet verwerkt kon worden, en gaan verder met dat wat er al is en was in onszelf. Alles wat er ooit in dit en vorige levens is geweest vraagt uiteindelijk om aanraking zodat aanhaking, herkennen en erkenning kan plaatsvinden en de processen daarin doorgang kunnen krijgen. Hetzij processen op het vlak van verwerking of op het vlak van groei en ontwikkeling. Vaak gaan deze processen hand in hand want wie zijn of haar emoties verwerkt, krijgt ruimte voor vernieuwing en inzichten. Dan is er vaak pas werkelijke groei en doorstroming. Dit proces is een continu proces, vandaar dat ik ook uit ga van de continuïteit van leven. Deze aanrakingen veroorzaken de omstrengeling van dit leven met alles wat doorvoor is geweest. In feite begint elk nieuw leven met de totale aanraking van al die aspecten en gegevens die er al waren en die in die voedingsbodem liggen opgeslagen. Zo wordt elk nieuw menselijk leven opgebouwd op de voedingsbodem waar alle voorgaande levens in liggen. Hoe werkt dat? Hoe komt die voedingsbodem in een nieuw leven terecht en hoe wordt dat kenbaar gemaakt in en aan dat nieuwe leven?

Ik zie ouders als dé schakels tussen het nieuwe leven en alles wat daarvoor is geweest. Alles wat ouders zijn, alles wat zij doen, al hun genetische bepalingen, alle erfelijke factoren, al hun gedragingen, al hun eigen beschadigingen, al hun kwaliteiten en vaardigheden, al hun eigen onverwerkte emoties, de tijd en omstandigheden waarin zij leven en hun totale energetische inkleuring is dusdanig dat het kind dat daaruit geboren zal worden de volledige aanraking krijgt van alle reeds aanwezige eigen aspecten die uit voorgaande levens zijn mee geïncarneerd.

Dit is een belangrijk gegeven. Je zou daadwerkelijk kunnen stellen dat ouders reeds de geestelijke en gematerialiseerde afdruk of imprint in zich dragen van de vorige levens van hun eigen kinderen. Vandaar dat er ook veel overeenkomsten kunnen zijn tussen ouders en kinderen die veelal niet genetisch bepaald zijn. Dit is bijvoorbeeld zo bij hooggevoelige kinderen die bij ouders incarneren die ook hooggevoelig zijn. Omdat dit zo vaak het geval is lijkt het er op dat hooggevoeligheid erfelijk is maar dat is niet het geval. Ook psychiatrische aandoeningen en stoornissen lijken daardoor erfelijk omdat ouders en kinderen die beide kunnen hebben. Gezien het gegeven dat dit vaak voor komt lijkt het dan wederom dat bijvoorbeeld borderline, een psychose of manische depressiviteit erfelijk is, maar dat is het naar mijn mening absoluut niet.

Een ander voorbeeld is dat kinderen die in voorgaande levens in oorlogssituaties zijn geweest, bij ouders incarneren die ook bindingen hebben met oorlog, geweld, wapens of uniformen. Door de bindingen die ouders hebben met oorlog, wapens, geweld of uniformen, wordt het kindje aangeraakt in het eigen verleden. Daardoor wordt dat stukje verleden van het kind aangehaakt in het heden en kan dan uiteindelijk tot verwerking komen, op wat voor leeftijd dan ook.

Een ander voorbeeld is: kinderen die geboren worden bij ouders die kinderen misbruiken en mishandelen. Blijkbaar hebben die kinderen zelf ook een verleden in voorgaande levens waar misbruik en mishandeling een rol hebben gespeeld. Ook deze aanraking en aanhaking is de weg om tot verwerking te komen van dat wat er ooit is geweest. Uiteraard is dat ook geen kwestie van genetische erfelijkheid maar van een energetische afstemming tussen de bewustzijn imprinten van ouders en kinderen. Het bewustzijn van kinderen sluit op dit alles voor, tijdens en na de indaling of incarnatie al naadloos aan. Hierdoor worden al hun eigen karmische aspecten die in dit leven uitgewerkt kunnen gaan worden al diep in het onderbewuste aangeraakt en dus aangehaakt in het nieuwe leven. Elke cel van het nieuwe leven wordt daarvan doordrongen, krijgt op die wijze het bewustzijn van dit alles.

Dit gebeurt uiteraard in eerste instantie bij het kind dat zich hier op dat moment nog volledig onbewust van is en zal gedurende het leven meer en meer naar de oppervlakte en dus in het dagbewustzijn komen drijven. Je zou kunnen zeggen dat de imprint van het bewustzijn van het nieuwe kind naadloos aansluit bij de imprint van het bewustzijn van de ouders. Deze hebben als het ware dezelfde imprintcodes. Door de aanraking en herkenning daarvan worden deze imprinten actief gemaakt in het kindje. Deze imprint codes zorgen dan ook voor de aantrekking tussen het persoonlijke bewustzijn en onderbewustzijn van de ouders én van het kind. En dát bepaalt waarom een kind nou juist bij die ouders en onder die omstandigheden incarneert. Dat is geen toevalstreffer maar een ragfijne energetische afstemming. In die zin is het niet zozeer dat een kindje zijn of haar ouders kiest; het is meer het gevolg van een uniek en perfect energetisch aansluiten op elkaar. De juiste en passende energieën, uniek en éénmalig en noodzakelijk voor juist die incarnatie op dat moment en in die omstandigheid. Die zogenaamde energetische constellatie van ouders is veranderlijk. Hierdoor zal het ene kind van die ouders totaal kunnen verschillen van het andere kind omdat de energetische constellatie van de ouders in de tussenliggende tijd veranderd is.

Een andere vraag is waar dat bewustzijn van het voorbije leven blijft. Het lichaam vergaat en het bewustzijn blijft. Iets moet dan de constante factor zijn waarbinnen het bewustzijn, nu zonder lichaam, kan worden opgevangen en waar het dus leven na leven blijft behouden. Binnen Psychosofia noemen we die constante factor het hogere zelf of de ziel. Doordat dit bewustzijn gedragen en behouden wordt door de ziel, is de ziel ook de bepalende factor wat betreft het incarnatieproces. Deze ziel, dit archief, deze constante factor, deze bundeling van energieën zoekt voortdurend een weg om dat wat nog liefdeloos en donker is uiteindelijk te kunnen verlichten.

Dat zogenaamd kiezen op zieleniveau heeft overigens een andere werking en hoedanigheid dan het kiezen zoals we dat vanuit onze persoonlijkheid gewend zijn. De “keuze” om te incarneren heeft veel te maken met energetische constituties op universeel–, wereld–, continent–, land–, groep– en individueel niveau. Het zieleniveau is een “WIJ” niveau en dus zijn keuzes of energetische aansluitingen op dat niveau in overeenstemming en afstemming met het geheel in de breedste zin des woords. Wat ik onder andere binnen Psychosofia via Zohra Noach heb gehoord over de ziel en ook zo heb herkend, is dat de ziel twee componenten heeft. Een component gericht naar de materie. Je zou kunnen zeggen; een deel van de ziel of dat hogere zelf dat zich vermengd heeft met karmische aspecten, de lagere energievormen. En een deel dat volledig naar Geest, God of de hoogste licht en liefdes energie is gericht, daar waar dualiteit, tijd en ik (als afgescheidenheid) niet bestaat. De mens die vanuit de volledigheid van de ziel ontstaat heeft dan ook altijd deze twee componenten in zich, elke cel is daarvan doordrongen. Een geestkant en een materie kant. Daar kun je allerlei andere namen aan geven uiteraard. Bijvoorbeeld het mannelijk versus vrouwelijk, liefdesvermogen versus haatvermogen, links versus rechts, al je vermogen versus al je onvermogen. Dat lijkt duaal maar dat is het niet, de verstrikking met lagere energievormen, dat wat men ook wel karma noemt, op persoonlijkheidsniveau maakt het voor ons mensen als iets duaals. Dit is herkenbaar op meerdere manieren: het gevangen zitten in denken in termen als goed of fout, schuld en zonde, (overtuigingen gebaseerd op het idee dat er maar één leven is), een ander niet kunnen afwijzen om maar aardig gevonden te willen worden, plicht en ethiek, kwaad met kwaad vergelden. Het is maar net welke kant in welk leven benadrukt wordt, maar je kunt je voorstellen dat naarmate het karma wordt verlicht, de gerichtheid vanuit de geestkant de overhand zal nemen. Hoe minder lagere energievormen hoe meer de hoogste licht– en liefdesenergie kan gaan schijnen in een mens... Hierdoor kan het licht en die liefde meer en meer ruimte innemen totdat het karma opgelost is in dit licht en in die liefde. Dat kan niet anders want karma behoeft een voedingsbodem en als die voedingsbodem schoon is, dan kan er niets meer op aanhaken, is er geen aanraking meer. Dat is het einde van de reïncarnatie cyclus en dan zal het leven onstoffelijk verder gaan.

Gaat het de andere kant op, wordt dat karma dus niet verlicht maar haakt het aan nog meer zwaarte en wordt het daaraan overgegeven, dan zal dat licht en die liefde steeds minder ruimte krijgen en de persoonlijkheid die daar voortdurend uit ontstaat steeds meer in beperking geraken. Simpel geschreven; zonder licht kan er nagenoeg geen leven meer zijn. En nog steeds is hier geen sprake van schuld, zonde of wraak, maar nog steeds van een logisch proces van oorzaak en gevolg. Nog steeds een proces dat binnen de continuïteit van leven omkeerbaar is en hersteld kan worden. Nooit gaat er werkelijk iets verloren, nooit valt er werkelijk iets buiten de liefde... 

Bron: http://www.droog.info - Rob Droog