U bevindt zich hier: Home > Artikelen > Het universum in een enkel atoom: Waar wetenschap en spiritualiteit elkaar raken
Het universum in een enkel atoom: Waar wetenschap en spiritualiteit elkaar raken
Geplaatst op: 13-01-2008
Boekbespreking
Dit nieuwe boek is een goudmijn van modern wetenschappelijk inzicht gecombineerd met de oude leringen van het boeddhisme. De dalai lama spreekt erin over de wetenschappelijke methode die in boeddhistische meditatie als volgt wordt toegepast:
De contemplatieve methode zoals die door het boeddhisme is ontwikkeld maakt op empirische wijze gebruik van introspectie, gestoeld op een strenge technische training en het grondig toetsen van de betrouwbaarheid van de ervaring. Willen subjectieve meditatie–ervaringen geldigheid bezitten, dan moeten ze te verifiëren zijn zowel door middel van herhaling door dezelfde beoefenaar als door middel van herhaling door anderen, die met dezelfde meditatietechniek dezelfde bewustzijnsstaat bereiken. Dergelijke bewustzijnsstaten kunnen, mits op die manier geverifieerd, in elk geval voor wat betreft de mens, geacht worden algemene geldigheid te bezitten.
Het boeddhistische inzicht in de geest stoelt voornamelijk op empirische observaties, die berusten op het verschijnsel ‘ervaring’, zoals contemplatieve meditatietechnieken. Op die manier ontwerpt men werkmodellen van de geest en zijn verschillende aspecten en onderwerpt ze daarna aan langdurige kritische en filosofische analyse en empirische toetsing door middel van zowel meditatie als aandachtige observatie. Willen we weten hoe ons waarnemen in zijn werk gaat, dan moeten we onze geest trainen in aandacht en leren hoe de mentale processen zich van moment tot moment voltrekken. Dit is een empirisch proces dat resulteert in kennis uit de eerste hand over een bepaald aspect van de werking van de geest. Die kennis kunnen we gebruiken om de uitwerking van emoties als angst of wrok terug te dringen – daar zijn mensen die mediteren en die op zoek zijn naar het overwinnen van mentale kwellingen inderdaad op uit – maar waar het mij hier om gaat is dat dit ons een empirische methode, een subjectieve methode van de eerste persoon, met betrekking tot de geest aanreikt. – blz. 123
Dus moet alle meditatieve ervaring worden gecontroleerd en bevestigd op juistheid en betrouwbaarheid. Rechtstreekse ervaringen worden gerapporteerd, vergeleken en geanalyseerd, en vervolgens worden er werkmodellen gecreëerd. Die modellen worden dan aan een analyse onderworpen waarbij men let op zowel logica als voorspelbaarheid. In de boeddhistische sutra’s wordt het menselijke bewustzijn vergeleken met een doos met daarin zes apen: vijf apen kijken door gaten in de doos naar buiten terwijl de zesde binnenin staat. De meeste mensen zijn geneigd te denken dat ons bewustzijn een eenheid vormt, dat er in de doos maar één aap is. Maar de Boeddha leerde dat hoewel ons denken collectief opzichzelfstaand functioneert, we feitelijk zes afzonderlijke bewustzijnen hebben, één voor ieder van de vijf zintuigen en één mentaal bewustzijn (de zesde aap) om de zintuiglijke gegevens die worden geproduceerd te interpreteren. De ‘zes apen in een doos’ is een werkmodel dat voor allerlei boeddhistische meditatiebeoefenaars gedurende al die eeuwen heeft standgehouden.....
Lees verder op:
Bron: http://www.theosofie.net/sunrise/sunrise2006/sepokt2006/boekdalailama.html - Gerald J. Schueler

