Ben ik er straks nog?
Geplaatst op: 16-11-2007
Het is in beginsel niet gemakkelijk om de vraag van leven, dood en "daarna", of vragen met betrekking tot "geest en lichaam" en dergelijke, te beantwoorden. Het is mijn ervaring dat het beantwoorden van die vragen met gebruikmaking van allerlei wetenschappelijke details uiterst verwarrend werkt. Ik merk vaak ook in gesprekken, dat ik al snel details vertel die ik zelf gelezen heb, waar ik over hebt nagedacht enz ; ik vergeet dan vaak dat mijn gesprekspartner een denk– en belevingsachterstand op mij kan hebben. De ander heeft moeite de details te vatten en wil eigenlijk meer geleidelijk "op weg", via een samenvattend, globaal beeld.
Deze samenvatting geeft dat globale beeld. Het geeft een beeld van Boeddhistische visies en wetenschappelijke inzichten en…. vanuit de puur westerse wetenschap, aldus van geleerden die zich (voor hun vak) verre hielden van geloof, esoterie e.d. zaken; die met name het standpunt hanteerden dat “meten=weten=bewijzen”.
Op deze plaats is het zinvol al vast uitspraken van vier eminente geleerden aan te halen ; het zijn geleerden die vanuit hun professie geen enkele link hadden met “zweverige, spirituele uitspraken en overtuigingen”: Albert Einstein (de natuurwetenschapper/fysicus bij uitstek), Francis Crick (biochemicus, samen met Watson de ontdekker van de erfelijkheid, c.q. het DNA–molecuul), Ervin Laszlo (systeemtheoreticus) en Kuno Yase (kernfysicus).
Einstein: Hij dacht aanvankelijk dacht dat de ruimte (het heelal) leeg was, totdat zijn eigen relativiteitstheorie aantoonde dat de lege ruimte barst van activiteit; hij erkende het “veld” waarin ook informatie is opgeslagen .
Crick: “Het ontstaan van leven, de evolutie e.d. is geen toeval. Een onbevangen waarnemer, of te wel een eerlijk mens, gewapend met alle kennis die ons ter beschikking staat, zou er een ontwerp in ontwaren”.
Laslo: “Ons geheugen zetelt niet in onze hersenen maar is opgeslagen in het nulpuntsenergieveld”.
Kuno Yase: “Hersenenprocessen werken samen op basis van “kwantum–informatie” die in verbinding staat met “het” (nulpuntsenergie) Veld”
Het mag op deze plaats al duidelijk zijn dat inzichten vanuit het Boeddhisme (er bestaat een zeer subtiele “bewustzijnsgeest” , die “energie” en “informatie” bevat en die in contact staat met “informatie” die allesdoordringend is en het gehele heelal bestrijkt) zeer vergelijkbaar is met die bewijzen vanuit de moderne wetenschap (w.o. de kernfysica).
Het (totale) boek gaat op al die inzichten en bewijzen uitgebreid in. In deze samenvatting wordt het “verhaal” (en bewijs) op hoofdlijnen samengevat van Geboorte, Leven , Sterven en Daarna.
Reeds tienduizenden jaren kijkt de mens om zich heen en denkt; vanaf het moment dat de mens zich echt ging onderscheiden van de dieren, ging hij zich bezig houden met zijn omgeving en zijn eigen plaats daarin. In alle culturen is er een besef dat de omgeving (van levenloze tot levende materie) zich ontwikkelt in een zekere kringloop. Bergen slijten af, stenen worden ergens anders neergelegd en er ontstaan weer nieuwe bergen (of minder diepe kuilen). In een reageerbuis kunnen we zien dat stoffen ontstaan, overgaan in andere stoffen en weer kunnen terugkeren in hun oorspronkelijk staat. Als we de materiële wereld over miljoenen jaren vanaf grote hoogte zouden bezien, blijkt er een materiekringloop te zijn.
Vergelijkbaar zien we een kringloop bij levende organismen; dieren vergaan, dierlijke restanten zijn weer voedsel voor planten, planten worden weer door dieren gegeten, dieren eten elkaar enz. En voor de mens geldt hetzelfde (zij het dat mensen nog nauwelijks door dieren worden opgegeten). Elk mens dat maar een beetje kennis heeft van zijn omgeving, erkent het bestaan van kringlopen. Maar waar die mens desondanks mee worstelt is de vraag hoe zijn eigen "ik" in die kringloop zit; wat gebeurt daar nu mee, verdwijnt die "ik" bij ons sterven definitief of vervolgt die "ik" ook een weg in "een" kringloop ?
We worstelen met die vraag omdat de mens een sterk "ik–besef" heeft, omdat we sterk ervaren dat we op de een of andere manier een lichaam en een geest hebben en dat we allemaal dood gaan; bovendien...... we kunnen denken en dus ook nadenken over het heden en de toekomst. Het besef van doodgaan en ons denkvermogen komen bij de mens samen in enerzijds het zoeken naar "de waarheid", anderzijds het besef dat we "lijden". Er wordt wel gezegd "de mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest"; dat geldt voor het naar de tandarts moeten, maar evenzeer voor het feit dat je niet weet hoe je zult overlijden en wat er daarna gebeurt. Het Boeddhisme noemt dit wel het lijden uit onwetendheid. ......
Lees verder op:
Bron: http://www.artoflivingcenter.nl/samenvatting.phtml - Drs. Ernst R. Brus

